|
| Home |
Informatie |
Activiteiten |
Internet contact |
Onderzoek |
Over ons |
Zorgaanbod |
Leden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Promotieonderzoek Sociale problemen bij KS door Sophie van Rijn, mei 2007
|
|
Wetenschappelijk Onderzoek naar Sociale problemen Met wetenschappelijk onderzoek is onlangs in kaart gebracht in hoeverre er sprake is van een serieus risico op sociale problemen bij kinderen en volwassenen met Klinefeltersyndroom (47,xxy).
Door: Sophie van Rijn
Datum: mei 2007
Opgroeien met het Klinefeltersyndroom verschilt per individu. Sommige jongens en mannen lijken nauwelijks gevolgen te ondervinden van het extra X-chromosoom. Voor anderen is het functioneren in het dagelijkse leven een zware uitdaging. Bij sommige ontstaan er zelfs ernstige problemen.
Hulpverleners die in aanraking komen met jongens en mannen met het syndroom horen regelmatig dat er sprake is van lees- en taalproblemen, maar ook dat het voor sommige jongens heel lastig is om aansluiting te vinden bij andere kinderen en zich in sociaal opzicht goed te ontwikkelen.
Met wetenschappelijk onderzoek is onlangs in kaart gebracht in hoeverre er sprake is van een serieus risico op sociale problemen bij kinderen en volwassenen met Klinefeltersyndroom (47,xxy). Met sociale problemen wordt bedoeld dat deze jongens en mannen het lastig vinden om contact te maken met anderen.
Aan het onderzoek, dat werd uitgevoerd door het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de Universiteit van Leiden, deed een grote groep jongens en mannen mee. In het onderzoek werd vooral gekeken naar de problemen in het sociale functioneren. Een groot deel van de mannen die meededen voelde zich ongemakkelijk en gespannen in het sociale contact, zo bleek. Zij vinden het moeilijk om zich uit te drukken, voelen zich onbegrepen en hebben de neiging zich terug te trekken. Ongeveer veertig procent van de mannen rapporteerden problemen in het sociale contact die ook wel worden gezien bij mensen met het syndroom van Asperger.
Ook Klinefelterjongens vinden het vaak lastig om sociale contacten aan te gaan. Deze problemen kunnen zo ernstig zijn dat zij bij ongeveer 25 procent van de jongens aanleiding geven om te spreken van een ‘pervasieve ontwikkelings-stoornis’ (PDD-NOS). Bij sommige kinderen en mannen ontwikkelen zich periodiek zulke grote emotionele problemen, dat ze niet meer kunnen voldoen aan de eisen van het dagelijkse leven. Ze kunnen tijdelijk de grip verliezen op hun doen en denken - in het onderzoek worden dit psychotische symptomen genoemd - en hulp van buitenaf nodig hebben om onder meer hun angsten en zorgen te helpen verminderen.
In vervolgonderzoek zal verder worden gekeken naar de problemen die Klinefelterjongens en -mannen ervaren en naar factoren in het functioneren van de hersenen die het risico op deze problemen vergroten. Tevens zal er onderzoek plaatsvinden naar de behandelmogelijkheden. In de toekomst hopen we daardoor per individu beter te kunnen voorspellen hoe groot de risico’s in de ontwikkeling zijn en welke behandeling nodig is om de kans op problemen te verkleinen.
Sophie van Rijn is doctor in de geneeskunde (neuropsychologie). Ze promoveerde in mei 2007 op een proefschrift over het risico op sociale problemen bij volwassenen met Klinefeltersyndroom.
Lees meer: Proefschrift van Sophie van Rijn (Engels)
Lees meer: Nederlandse samenvatting proefschrift Sophie van Rijn (Bron: www.igitur.nl)
|
|
|
|